Woensdag 20 september 2000

 

‘Hoera!! Ik schrijf weer verhaaltjes’ was ik aan het typen, toen de stroom een klap kreeg en mijn laptop spontaan uit schoot. Nouja, 2e poging dan maar :-)

 

Ik weet niet wat me de laatste tijd overkomt, mijn humeur staat zo onder druk dat ik af en toe mijn vrolijkheid en spontaniteit dreig te verliezen. Heb bij deze besloten weer wat meer tot mezelf te komen en alles optimistisch in te zien. Want als ik mezelf ben, ben ik toch nog op mijn best niet? Okee, dan niet, hehe.

 

In het weekend heb ik twee dingen gedaan. En ik ben naar Zanzibar gegaan, en ik heb een dagje safari gedaan. Dus geen of/of maar en/en. Zanzibar viel tegen, Safari was leuk. Maar voordat ik daar verslag van breng, eerst even de ‘Slipway’.

 

De ‘Slipway’ is hier niet ver vandaan en ligt aan een baai aan zee. Het is een plek waar ik bijna elke dag kom, omdat het daar wel gezellig is, maar ook op loopafstand van het appartement waar ik leef. Het ligt een beetje buiten de stad en er loopt niet eens een weg langs, het is een stenen keien pad tussen oude huizen wat dan uitmondt tot een oase en een plaats waar veel mensen socialisen. De enige met wie ik daar heb gesocialised zijn de plaatselijk obers. Vrouwelijk obers zijn er ook, maar die mogen van de mannelijk obers geen gesprek aan gaan, muy bien.

 

De ‘Slipway’ bestaat uit een aantal restaurantjes en terassen waar het eten over het algemeen de kwaliteit van een snackbar niet overtreffen. Vis en Vet kan ik het bondig samenvatten. Nu heb ik een paar dagen geleden een terrasrestaurant ontdekt die welliswaar wat duurder is, maar waar ik het eten ook nog kan binnenhouden, hoewel ze van weinig knoflook nog niet gehoord hebben. Ik heb geen last van muggen en misschien is dat wel de reden :->

 

Het mooie van de ‘Slipway’ is dat je ook de zon mooi onder kunt zien gaan en dat het gemengde volk vrede uitstraalt, weinig plekken op aarde waar oorlog zo ver weg lijkt. Nu weet ik immers ook van Fred –mijn chauffeur- dat misdaad hier levensgevaarlijk is. Als je op straat beroofd zou worden en je roept ‘thief! Thief!’ is de kans groot dat de dief in kwestie zijn laatste daad heeft verricht (en misschien wel zijn eerste) en ter plekken ter dood veroordeeld wordt. De sociale controle is sterk, en als een dief dan opgepakt wordt door de politie verdwijnt hij vaak zonder dat iemand ooit nog iets van hem verneemd. Je kan hierover zeggen wat je wilt, maar het is effectief, en het gaat nog op een gemoedelijk manier ook. Wellicht wat voor nederland... Wat loop ik toch te dromen.

Anways laat ik eerst even Fred voorstellen:

 

 

Oja die griezel die loopt te glimmen ben ik. En nee, ik heb niet gezopen, het is gewoon warm in die kleren. Oja, soms duurt het even voordat de foto’s geladen zijn, ondanks dat het wereldbolletje rechts boven is gestopt met draaien.

 

Wellicht een saillant detail. De kans dat Fred AIDS heeft of HIV geinfecteerd is, is ongeveer 1 op 3. Hij weet het niet, want weinig mensen hebben de moed zich te laten testen. Meestal komt dan ook nog naar boven dat ze Malaria hebben, een kans die nog veel groter is. Ik kan je veel over Malaria vertellen (en de middelen die het niet tegen houden alleen de symptonen bestrijden als je op vakantie bent). En vrijen met condoom kost niet alleen geld, maar hoort gewoon niet bij de mentaliteit.

 

Maar goed... Ik dwaal af, terug naar de Slipway, hier is één van de typische uitzichten als ik aankom.

 

 

Zoals ik zei, het is een mooie plaats om te genieten, maar beter doe je dat met je vriendin, en niet zoals ik met al mijn vrienden (alleen dus).

 

Meestal als ik gebeld wordt ga ik ook hier staan omdat dan de ontvangst op zijn best is. Je moet je ook voorstellen dat het een graad of vijfentwintig is, maar dat er wel een zacht verkoelend briesje staat. Ik schroom me altijd om foto’s te maken en ik vraag zeer zelden of iemand er één van mijn wil maken. Als ik foto’s maak neem ik ze snel en ondoordacht.

Meestal als ik hier even gestaan heb, loop ik terug en zie een ander deel van de slipway:

 

 

Achter die boom is een restaurantje (buiten) waar ik in het begin ook vaak met Liam, Gita & Jaap-Jan (iedereen schrijft hier Jap-Jon en onbewust nemen we allemaal die naam zo over zodat iedereen weet over wie we het hebben) gegeten hebben. Maar hier is het de Vis & Vet die heerst. Die boom die je ziet is typisch Afrikaans, heel erg mooi en overal zijn dit soort bomen die ook nog op dit moment bloeien. Afrika is in ieder geval erg mooi.

Links van dit tafereel is het restaurant waar ze wel lekker eten hebben en waar ik een poes te vriend heb gemaakt. Dit in gedachtenis van Malinka die erg van poezen houdt. Doordat ik die poes wat te eten gaf (je raad het nooit: Vis), was ik ook een beetje lief voor haar, en op dat moment gaf dat een lekker gevoel. Je moet je realiseren dat het NU nog licht is, maar dat het ongeveer tien minuten duurt eer het stik-donker is. Maar hier is nog het restaurant toen er nog wel licht was (en die lampen die daarboven hangen maakte dat ik er ook nog kon lezen):

 

 

Ik heb nog wel meer foto’s maar zo interessant zijn die ook weer niet.

 

So much voor de Slipway. Terug naar het weekend.

 

Zanzibar is een eiland een kilometer of vijftig uit de kust. Het eiland is arabisch en je zou daar de echte moslim cultuur proeven. Naast dat ik een cultuur barbaar ben, en ik cultuur iets als ‘overrated’ zie, is er van de cultuur weinig anders te merken dan Tanzania zelf, waarbij ik een sterke voorkeur heb voor Tanzania. Hier zijn, in tegenstelling tot Dar Es Salaam, de verkopers opdringerig, mensen geven ongevraagd hun mening en dringen zich op als gids. Er is hier veel meer criminaliteit en er zijn veel lastige drugsverslaafde die bedelen om geld. Naast dat ik me niet echt veilig voelde, vond ik het allemaal maar weinig indrukwekkend. Ik ben niet buiten de stad geweest, maar ik maak me sterk dat het mooier is dan Tanzania.

Het leukste was eigenlijk een wat chiquer open restaurant aan de kant van het water, en daar kwam ik twee Hollands en Amerikaans meisjes tegen die 17 daagse rondreis aan het maken waren. Het meisje hoorde aan mijn accent dat ik Hollands was, en was blij dat ze na twee weken engels weer even haar eigen taal kon spreken. We hebben met z’n drieeen gegeten en daarna zijn ze naar de plaatselijk markt gegaan. Ik had dat geen zin in, en heb nog wat gelezen, gedronken en uiteindelijk een wandelingetje door het centrum gemaakt. Daar kocht ik per ongeluk twee sloffen sigaretten. Die waren zo goedkoop dat ik me vergiste en dus twee sloffen had gekocht voordat ik er erg in had. Die verkoper had een topdag en dus vond ik het ook wel best. Kreeg nog een wegwerp aansteker kado. Dat is heel wat als je in ogenschouw houdt dat mensen bij met op het minsterie vaak zo’n zes gulden per dag verdienen!

 

Terwijl ik dit schrijf heb ik de ‘Counting Crows’ in de CD-speler van mijn laptop zitten. En ik steek er nog maar eentje op. Heb er genoeg... Mag er toch maar tweehonderd de grens overnemen.

 

Toen ik terug kwam uit Zanzibar was het alweer donker in Dar Es Salaam. Ik had met Fred afgesproken, maar die was in geen velden of wegen te bekennen. Ik had tegen alle taxi-chauffeurs Nee gezegd en zodoende liep ik de (onverlichte) stad in om daar spoedig te verdwalen, en nu komt er toch iets typisch wat ik moet vertellen. Het is daar donker maar overal zijn er mensen, maar in sommige delen weer juist niet. Natuurlijk werd ik zenuwachtig en was erg waakzaam, je weet immers maar nooit. Okee, nu komt het gekke. Je zou verwachten dat je als een van de weinige blanken zo ’s avonds op straat loopt erg opvalt. Niemand geeft licht in het donker behalve ik. Maar dat is dus niet het geval. Ook elders overdag geven de mensen me niet meer aandacht dan de lokale bevolking aan zichzelf geeft. Verkopers zijn vaak niet eens geintresseerd in me omdat die blanken toch weinig kopen en de lokale bevolking zelf wel koopgraag is. Typisch maar wel positief. Zodoende krijg ik ook niet het gevoel dat ze tegen me opkijken (of op me neerkijken).

Ook op mijn werk leer ik natuurlijk de mensen kennen – en zij mij- en merk ik dat de verschillen niet zo groot zijn als ik in het begin had aangenomen. Ze hebben dezelfde onzekerheden, relatieproblemen, wensen en humor. En ze zijn een stuk hartelijker dan in Nederland. Veel mensen schijnen elkaar ook echt wel te kennen en handen schudden op straat is een gewoonte. Dit gaat gepaard met een ‘Jambo’ (standaard begroeting) of als je van de zelfde leeftijd en jong bent ‘Mambo’. Het antwoord op dat laatste is dan ‘Por’ wat zoiets als ‘Hoe gaat het?’ betekent. En daarop verwacht je hier geen antwoord.

 

‘Karibu’ betekend Welkom, en ‘Esante’ bedankt of ‘Esante sana’ heel erg bedankt. Het is maar dat je het weet, maar nu dwaal ik weer af van mijn weekend verhaal. Ik ben die avond in ieder geval vroeg naar bed gegaan omdat ik er om half vijf uitmoest.

Fred haalde me op om het binnenland in te gaan en daar een 1-dags safari te houden. In totaal zevenhonder kilometer gereden en veel gezien. De digitale foto’s vallen tegen en geven niet weer wat ik gezien en gevoeld heb. Het was erg gezellig en we hebben zebra’s, antilopen, siraffen, apen, everzwijnen en olifanten gezien. En nee, dit is geen beekse bergen maar gewoon het wild zoals het hier in de binnenlanden leeft. Ook de uitzichten zijn erg mooi en de natuur doet aan zoals in de ‘Lion King’.

Omdat je hier geen snelweg hebt kun je niet erg hard rijden, toch probeerd iedereen dat. Maar er zijn hier en daar dorpjes langs de weg en daar staan politie agenten in de bosjes met een laser-pistool om te kijken of je niet te hard rijd. Ik heb geen foto’s van de huizen omdat je deze op een foto toch niet zou kunnen zien. Ze zijn gemaakte van turf, klei en riet en vallen nauwelijks op, wel erg primitief. En dat terwijl die agenten er zo netjes uitzien. Later op de dag begreep ik waarom (het viel me op dat de agenten geen auto hadden).

 

Op de terugweg, nadat we verschillende agenten snel in de smiezen hadden en schijnheilig vijftig reden, was een agent ons te slim af en moesten we stoppen. Hij liet zeventig zien en vroeg een verklaring. Hij vroeg de papieren van Fred en keek daar moeilijk kijkend in.

“I have to go to the airport to catch my plane sir. Sorry for driving so fast.”. Maar de agent had begrip voor de situatie en we mochten zonder problemen verder rijden. In het Swahili zei hij tegen Fred. “Ok, drive fast but safe”. Hoe vind je die dan??? In één woord “Geweldig!”, ook Fred was in zijn nopjes en toen we ons uit de voeten maakten gaven we elkaar een High Five.

Twee dorpen verderop werden we echter weer aan de kant gezet. “Do the airport thing” zei Fred nog tegen me. Maar wat bleek, de agent vroeg of hij met zijn collega mee mocht liften naar zijn huis. Daarmee was het raadsel van de nette agent zonder auto opgelost. Later pikte we ook nog nummer drie op. Twee dorpen later wilde ook vier en vijf zich bij ons mengen maar de auto was vol en we reden door zonder te stoppen.

De agenten wilde alles weten van mijn digitale camera, maar spraken geen Engels. Ik heb het ze laten zien:

 

 

Zijn ze niet lief? Grappig was (en zo is Fred) dat we de regels schunnig overtraden en met een rotgang reden.

Bij een wat groter dorp hebben we ze afgezet na veel vriendelijke bedankjes.

 

Later kwamen we ook nog in een dorp waar familie van Fred woonde, daar zijn we langs geweest en toen kreeg ik de rest van realiteit te zien. Armoede. Kleine huisjes zonder interieur en een heel eenvoudig leven. Maar toch, opgewektheid heerst, en er is hier relatief weinig corruptie. Iedereen is er tegen, en dit is weer iets wat heel anders dan mijn verwachting was.

Als je op safari gaat, geloof me, dan ben je hier veel beter af dan Kenya. Dezelfde dieren en mogelijkheden alleen is Kenya nog niet half zo veilig als Tanzania. Moet niet teveel voor mijn beurt spreken, ik ben nog niet thuis. En voor mijn appartement zijn wel gewapende bewakers, en voor elke bank zie je agenten met machine geweren.

 

 

Het huisje wat je op deze foto ziet is van een relatief rijk iemand, maar dit was in de buurt waar de familie van Fred woont. Bij die mensen thuis vond ik het genant om foto’s te maken, dus die heb ik niet.

 

 

Hier zie je nog een stukje landschap met wegrennende zebra’s. Tja het is niet beter en ik heb geen zoom. Het gaat om het idee.

 

Voordat we Dar Es Salaam weer inreden en de zon onderging zijn we nog gestopt bij een wegcafe. Daar hebben we een biertje gedronken en heb ik de perfecte vrouw voor Fred gevonden. Hij heeft een vriendin, alleen wil die niet met hem trouwen. En deze bedienster was in mijn ogen echt iets voor hem. Ze kwam erbij zitten en Fred praatte honderduit met haar. Ze sprak geen Engels dus ik zat er maar wat bij. Toch was ook dat leuk om te zien. Fred wil later zakenman worden....

 

’s avonds laat thuis gekomen en ik was behoorlijk moe en had onderweg wat keelpijn gekregen.

Zo kom ik langzamerhand weer op vandaag en mijn blunder. Ik dacht dat ik zaterdagavond thuis zou komen, maar mijn moes wees erop dat het zondag zou zijn. Nou je weet niet hoe ik daarvan gebaald heb. Ben de volgende ochtend naar Swiss Air gesprint, maar ze hadden alleen vluchten op maandag, donderderdag en Zondag. Pest is dat ik Malinka natuurlijk wil zien, we samen de zondag zouden hebben en maandag zowel zij naar school moet en ik ook weer moet werken. Ik hoop dat we de tijd vinden die zondag dubbel en dwars in te halen J.

 

Wat is een dag op een leven? Toch blijft het balen. Nog 96 uur voordat we weer even samen kunnen zijn. Ik hoop dat het echt wat wordt (blijft) tussen ons. Ik heb er in ieder geval zin in. En wie ben ik om aan mezelf te twijfelen?

 

Op mijn werk hier hebben ze gevraagd of ik hier niet voor langere tijd kon komen werken. Daar hadden ze echt behoefte aan, en het klikt wat dat betreft best wel, ze mogen me graag en ik kan inderdaad veel voor ze betekenen. Met mij geloven ze in de visie die ik samen met ze geschapen heb (gebaseerd op het vertrouwen waar Gita en Liam jaren in hebben geinvesteerd, zij zijn erg gewaardeerd hier door hoog en laag, iets dat absoluut hun grote kracht is en waar veel sponsoren en andere consultants nog een hoop van moeten leren).

Maar ik moet eerlijk zeggen –en dat heb ik hun ook gezegd- ik zie dat niet zitten zonder Malinka. Deze drie weken zijn al een ware beproeving voor me, en dat wil ik niet nog eens doen. Ik heb het er dus vanaf gemaakt met. ‘Als ik kom, kom ik met Malinka’. En die kans is niet zo groot. En heel eerlijk moet ik erbij vermelden dat leven in Nederland een stuk gemakkelijker is.

 

Volgens mij heb ik dit stuk helder geschreven, en ik hoop dat het net zo lekker leest als dat ik eraan beleefd heb om het te schrijven. Ik geloof dat dit erg mijn werkelijkheid weerspiegeld. Dit is een ‘dagboek’ dat ik vooral voor mezelf, maar ook voor de mensen die ik liefheb geschreven heb. Het zijn niet mijn diepste gevoelens, mijn hoop en angst, die dingen deel je immers niet op het internet, maar het is wel wat ik meemaak en het geeft me een goed gevoel (ook van trots) om dit te doen. En wellicht zal ik jaren later het met veel plezier terug lezen.

 

Voornu, weltrusten voor mezelf en werkse voor anderen.

 

Henri