Een dagje naar het strand
Meteen toen ik uit de auto stapte en het bos in liep, voelde
ik de woede die ik in me had wegebben. Ik had verwacht dat het zo zou zijn, en
was er blij om. Ik had de laatste tijd vaker problemen met Marlene, mijn
verloofde.
Het was een Zondagochtend en er waren nog niet veel mensen
die zo vroeg al buiten wandelde. De enige mensen die er waren hadden honden bij
zich, de dagjes mensen die ‘er even uit wilden’ zouden er wat later zijn. Ik
had behoefte om alleen te zijn en was dat min of meer ook.
Marlene en ik waren die ochtend wakker geworden en meestal
hadden we op zondagochtend sex. Ik was er niet voor in de stemming en dat wekte
de eerste irritaties al bij haar op. Normaal slikte ik mijn commentaar dan in
en deed wat ze wilde, maar vandaag had ik daar geen zin in. Ik stapte uit bed
en voelde haar ogen in mijn rug prikken. Zij wist dat ik wist wat zij wilde en
vond het niet aardig van me dat ik dat negeerde. Ze zei er niets van en ik
geloofde dat ik er mee weg zou komen.
Ik stapte de badkamer in die meteen aansloot op onze
slaapkamer en keek in de enorme spiegel die daar hing. Ik keek mezelf aan en
wenste mezelf een prettige verjaardag. Ik was die dag veertig geworden. Meteen
toen ik besefte dat ik veertig was
geworden keek ik nog eens aandachtig naar mezelf.
‘Dus zo ziet een veertig jarige eruit’, mompelde ik tegen
mezelf.
Ik had wallen onder mijn ogen, ongetwijfeld van de avond
daarvoor. We hadden allebei wat teveel gedronken en zo mijn verjaardag gevierd.
Eerst hadden we uitgebreid gegeten en daarna waren we naar het Casino gegaan.
Het leukste die avond was dat we bij het verlaten van het Casino een grote fles
wijn kregen omdat het na twaalven was en ik dus jarig was. Later toen we thuis
kwamen was ik zo moe en onder invloed van de alcohol dat ik direct in slaap
viel. Ook dit was haar waarschijnlijk tegen gevallen, en nu had ik haar
behoefte ook niet vervuld en was ze dus echt boos.
Ik vroeg me af wat ik nu in mijn leven bereikt had en meteen
voelde ik een depressie opkomen toen ik realiseerde dat ik eigenlijk helemaal
niemand was. Ik was niet getrouwd, woonde samen met een meid waar ik wellicht
nooit mee zou trouwen omdat we teveel conflicten hadden. Daarnaast was er een
baan van negen tot vijf die me eigenlijk ook gestolen kon worden en ik had een
schuld waar ik minimaal nog tien jaar voor plat moest liggen.
Rimpels waren mijn leven binnengeslopen en mijn ogen werden
steeds slechter. En als laatste, maar niet minst belangrijke, was de ochtend
eigenlijk al verpest omdat ik wist dat gekibbel op komst was. Ik was de douche
ingestapt en had er extra lang onder gestaan terwijl ik wist dat Marlene ook
hier kwaad om zou kunnen worden. Maar het was mijn verjaardag dus ik vond dat
ik mocht doen wat ik zelf wilde.
Toen ik uiteindelijk de badkamer uit kwam lag zij nog steeds
op bed en keek me doordringend aan. Nu zou het gebeurde dacht ik, en dat was
ook zo.
Ze zette me voor het blok door te vragen of ik nog even in
bed kwam. Naarstig zocht ik naar een smoesje om eronder uit te komen, maar geen
wilde me te binnen schieten en dus zei ik maar dat ik gewoon geen zin had.
‘Volgens mij ben je homo’, zei ze op een toon die mij altijd
nijdig maakte.
‘Misschien wel.’
‘Godverdomme!’, vloekte ze,’ gisteren was je dronken en nu
heb je geen zin. Wat heb ik aan zo’n klote vent.’
‘Vloek niet zo’, zei ik rustig maar wel duidelijk. Ik hield
er niet van als ze grove taal gebruikte, dat wist ze donders goed.
‘Vloek niet zo? Vloek niet zo!’
God nu begint het, dacht ik bij mezelf en ik kreeg direct
gelijk. Ik kleedde mezelf aan en verdween meteen het huis uit. Zelfs toen ik de
deur achter me dicht gooide kon ik haar nog horen. Ik stapte in mijn Alfa 155
en scheurde met gillende banden weg.
Onderweg reed ik door een Mc Drive om niet met een leeg
gevoel te zitten. Ik wist niet waar ik eigenlijk heen reed en het verbaasde me
niets toen ik ineens in Meyendel was, een bos die aan de duinen en het strand
grensde.
Ik liep het bos in en het viel me op hoeveel ik zag. Dat klinkt raar, maar sinds lange
tijd viel het me op hoe mooi de natuur was. Het liep tegen het eind van de
zomer aan en misschien was dit wel de laatste dag dat het weer zo mooi en zacht
was. De lucht was overwegend blauw,
maar hier en daar schoof er een luchtkasteel langs. Al snel was ik al helemaal
vergeten hoe het kwam dat ik hier liep en langzaam schoof het dagelijkse leven
achter computers van me af en ontdekte ik wat duizenden al wisten. De natuur is
een bron van energie.
Waarom we op deze aardkloot rondliepen wist niemand maar het
had iets te maken met natuur besefte ik nu. Het gevoel wat ik had toen ik voor
de spiegel stond kon ik me nauwelijks nog voorstellen.
Overal om me heen hoorde ik vogeltjes tjilpen en op een
gegeven moment stond ik zolang stil naar de bosjes en bomen om me heen te kijken
dat er een konijn tevoorschijn kwam die me helemaal niet gezien had. Het leek
alsof het mijn lot was dat ik hier stond en dit aanschouwde. Ik voelde me
dankbaar en was blij dat ik die ochtend niet toe had gegeven aan Marlenes
gevoelens. Dat klinkt egoïstisch maar is het niet als je weet wat ik allemaal
voor haar opgegeven heb. Ik realiseerde me allang dat onze relatie op de
verkeerde dingen gebaseerd was. Maar net zoals roken is het moeilijk een
gewoonte af te leren.
Na een tijdje zette ik me weer aan om door te lopen en als
van automatisch liep ik naar het strand. De zon klom langzaam op en verwarmde
mijn gezicht. Ik genoot van de warmte die mijn vriendin mij veelal niet kon
geven.
Ik verzonk in gedachten en blikte terug naar de eerste tijd
dat ik met Marlene omging. Wat was ik voor haar gevallen als een baksteen. Ze
had bruin kort haar en wist precies wat ze wilde. We waren sinds kort collega’s
en was gedwongen met haar samen te werken. In het begin monde dat al vaak uit
tot gekibbel en over het algemeen waar we het nergens over eens. Op een
personeelsfeest die gehouden werd vielen we weer in een discussie en opeens
stonden we elkaar hartstochtelijk te zoenen. Iedereen had het gezien en erom
gelachen. Dagen later werden er weddenschappen afgesloten op de levensduur van
onze relatie maar we hadden iedereen verbaasd door bij elkaar te blijven en al
snel woonde we samen. In veel opzichten vulde we elkaar aan, maar met andere
dingen dan je volgens het rollenpatroon tussen mannen en vrouwen zou verwachten.
Ik deed grotendeels het schoonmaken van het huis en zij kookte en hield de tuin
bij. Zij waste de auto en zat ‘s avonds vaak achter de computer terwijl ik tv
keek of een boek las.
Het bos ging over in duinen en de groene bosjes en grote
eiken maakten plaats voor dorre takken en stekel bosjes en pijnbomen. Grappig
genoeg kwam ik langs een plek waar we wel eens in de open lucht gevreeën hadden
en ik kon geen glimlach onderdrukken.
Het geluid van meeuwen deden me weer terug keren naar het
heden. Ik voelde me gelukkig en snoof de lucht op. Het strand kwam steeds
dichterbij en rook de lucht die de zee bijzonder maakte.
Hoe dichter ik bij het strand kwam hoe verder ik in
gedachten terug ging in de tijd. Voordat ik Marlene leerde kennen had ik mezelf
de ruimte gegund te reizen. Omdat ik me daarop richtte vond ik ook een baan die
deze ruimte bood. Ik regelde Import zaken voor diverse bedrijven in het
buitenland. Die klussen waren kort en niet vaak, maar het betaalde goed en ik bleef
meestal een tijdje waar het werk me gebracht had.
Voor die tijd had ik voor een Zwitsers horloge bedrijf
gewerkt en toen ik daaraan dacht keek ik op het zilveren klokje wat ik daaraan
overgehouden had. Het was elf uur geweest. Marlene zat nu misschien wel te
ontbijten en zichzelf op te vreten. Ik moest lachen bij die gedachten en een
stel dat net voorbij liep keek me vreemd aan. Het deed me niets en was daar
eigenlijk wel blij om.
Weer keek ik om me heen en zag dingen die ik sinds lange tijd niet meer gezien had. Ik
verbaasde me erover hoe het mogelijk was dat ik - terwijl ik het altijd al
geweten heb - nu pas zag hoe mooi
natuur kon zijn. De zon die met een licht scheen dat de bron van al het leven op
aarde. De schoonheid die ik in zulke eenvoudige dingen zag. Inderdaad was het
een speciale dag en niet omdat ik jarig was, maar om een vreemde reden had het
er wel mee te maken. Weer moest ik hardop lachen. Ik dacht aan de cliché
opmerking ‘leven begint pas op je veertigste’ en misschien is dat ook wel zo.
Ik dacht aan de mogelijkheden die ik nog voor me had. Hoewel
ik altijd tegen veertig heb aangekeken als oud, besefte ik dat er altijd mogelijkheden waren. En als
iemand me tegen hield met het verder ontwikkelen van mezelf moest ik diegene
maar achter laten en alleen verder gaan.
Ik vroeg me af hoe het Marlene was gelukt te zorgen dat ik
stil stond in mijn groei en mijn hele leven beheerste. Ik kon geen antwoord
vinden.
Snel zette ik die gedachten stroom van me af en dacht ik aan
de mogelijkheden die er nu nog waren. Zoals een eigen zaak beginnen in het gene
waar ik goed in was; praten. Misschien zou ik wel voor de klas kunnen staan en
de mensen vertellen hoe mooi de natuur was en hoe de natuur hielp je geluk weer
terug te vinden. Maar toen bedacht ik me dat zoveel mensen dat al tegen me
gezegd hadden en hoewel ik dan wel luisterde had ik het niet begrepen.
Andermaal zoog ik op wat ik zag en voelde zelfs de aarde onder mijn voeten
terwijl ik liep. Het viel me op hoe lekker het was te bewegen, te lopen. Zo
automatisch deed ik dingen terwijl ik ze niet op waarde wist te schatten.
Het laatste stuk naar het strand was geasfalteerd voor
fietsers en liep vrij stijl omhoog. Aan het eind kon ik de bankjes zien die
uitzicht hadden op het strand en de zee. Een jong stel zat net als ik te
genieten. Alleen genoten zij waarschijnlijk van elkaar en ik van hun. Ergens
achter me hoorde ik een hond blaffen en een kind lachen. De dagjesmensen hadden
ook het bos gevonden en ik benijdde ze omdat zij het bos waarschijnlijk allang
geleden gevonden hadden.
Opgewekt liep ik het laatste stukje omhoog en ik verlangde
naar het uitzicht op de zee. In de lucht stootte een meeuw zijn kreet en pas
het plaatje vol. Achter de rand van de laatste duin zag ik de zee verschijnen
en nog nooit had ik hem zo mooi gevonden. Niet dat het zicht zo spectaculair
was, de zee zag er immers groenbruin uit en niet hemels blauw zoals je altijd
op posters ziet, maar het straalde een gevoel van vrijheid uit. Mogelijkheden
en ruimte.
‘Zo zou een relatie moeten zijn’, zei ik tegen mezelf zonder
dat ik besefte wàt ik zei. De zin klonk na in mijn gedachten en langzaam aan
begon de betekenis van die woorden me te dagen.
Het was waar! De beleving van de woorden sloegen in als
bliksem!
Van vreugde over deze ontdekking wilde ik het uitschreeuwen,
maar goed fatsoen en het idee dat mensen me voor gek zouden verklaren
voorkwamen dat.
Niettemin moest ik op dat moment wel stralen van geluk.
Alsof het jonge stel voor me mijn gedachten gehoord hadden draaiden ze zich
tegelijk om en keken me aan.
Wat moeten ze zich afgevraagd hebben waarom ik zo gelukzalig
glimlachte in mezelf. Meteen toen ik hun aankeek meden ze mijn blik en schonken
elkaar weer de volle aandacht. Het maakte niets uit. Ik rende door het zand het
duinpad af en liep in een rechte lijn
naar de zee.
Ik moest mijn energie uitten en dit voelde het best, na het
uitschreeuwen dan.
In mijn enthousiasme liep ik een paar stappen te ver de zee
in en ik voelde het water mijn schoenen binnendringen. Ik trok het me niets aan
en bukte voorover om met mijn handen door het koude water heen te gaan.
Een hond die mijn energie aanvoelde rende om me heen en
spetterde vrolijk met water. Zijn baasje die een vijftig meter verderop liep
riep zijn hond terug, bang dat ik de hond helemaal niet op prijs stelde. De
hond luisterde en verdween weer achter zijn baasje aan.
Ik liep weer het strand op omdat de koude van het water best
indringend was. Met zware passen liep ik door het zand wat meteen bleef kleven
aan mijn natte schoenen en spijkerbroek.
Ik dacht dat ik het goede gevoel dat ik over me had niet
kwijt zou raken, maar daar vergiste ik me in. Ik bleef namelijk doordraven met
mijn gedachten en langzaam begon het me te dagen.
Het was niet Marlene die me in een klein wereldje perste,
zij was het niet die me de vrijheid ontnam. Nooit vertelde ze me wat ik niet
moest doen. IK WAS HET ZELF!
Geloof me, zo’n slag van zelfkritiek komt hard aan. Zo hard
zelfs dat ik niet meer om heen keek, maar me eigenlijk in mezelf verdiepte.
Als een kater na een spetterend feest.
Ik kan me niet meer herinneren hoe ik terug ben gekomen bij
de auto, echt niet. Mijn geest doolde maar mijn lichaam bracht me automatisch
terug waar ik vandaan was gekomen. Marlene had me nooit iets ontzegt, ik was
het zelf die regels maakte. Zelfs was die ochtend nooit zo gelopen als ik haar
aangegeven had wat ik voelde. Ze was boos geworden omdat ik haar negeerde, haar
niet vertelde wat er was. Ik voelde me een nul. Ja, een relatie moest ruim zijn
als de zee, naar dingen die mooi zijn kom je toch wel terug zonder dwang. Zoals
Sting het zingt ‘ If you want
to hold on to somebody, set them free’.
Nu maakte ik mijn zorgen om terug naar huis te gaan en haar
niet aan te treffen. Het was inmiddels half twee geworden en de kans was groot
dat ze ook weg was gegaan. Waarschijnlijk om de dingen te doen die ze anders
toch wel had gedaan.
Ik voelde liefde voor haar in me opwellen. Ik had haar
onrecht aangedaan en hoopte dat ik het goed kon maken. Ik startte de auto en
reed naar huis. Rustig, niet overhaast, misschien omdat ik bang was. Ik nam me
voor als een zee voor haar te zijn. Wijds, Wild en mooi vol mysterie.
Als ze nu maar thuis was.
Ik parkeerde mijn auto voor de garage en stapte met een
kloppend hart uit. Nog nooit was ik zo zenuwachtig geweest als nu. Ik hoopte en
bad in mezelf alsof mijn leven ervan hing. Alsof ik voor de poorten van de
Hemel en de Hel stond en beoordeeld zou worden. Ik had geen recht op hemel,
maar ik was ook niet slecht genoeg voor de Hel, maar een keuze moest er gemaakt
worden.
De deur ging open en Marlene stond in de deuropening. Haar
ogen waren een beetje rood en ik wist dat ze gehuild had. Ook bij mij prikte
tranen in mijn ogen toen ik naar haar toestapte en haar omhelsde. Ik voelde een
enorm ‘houden van’ gevoel toen ik haar stevig vast pakte en voelde dat zij
hetzelfde deed. Nog nooit had ik me zo gelukkig gevoeld.
‘Ik hou van je’, fluisterde ik door mijn tranen heen in haar
oor en voor het eerst braken alle dammen door......
EINDE
Henri Koppen,
30 september 1996.